De heatmap heeft twee assen: As Y (rijen) en As X (kolommen). Voor elke as kies je een segment.
Wat je kunt kiezen
Dezelfde lijst als bij het gewone segmenteren: de twaalf vaste segmenten, je eigen labelgroepen en je custom segmentaties. Zie De twaalf segmenten en Labelgroepen als segment gebruiken.
Dat betekent dat je een labelgroep tegen een vaste eigenschap kunt uitzetten, bijvoorbeeld resolutie tegen prijsklasse, of een custom segmentatie tegen pakkettype.
Welke as je waar zet
Het maakt voor de getallen niets uit; de matrix draait alleen om. Voor het lezen maakt het wel uit, om twee redenen:
Het segment met de meeste waarden staat leesbaarder op de rijen, want daar is meer ruimte dan in de kolomkoppen.
Het percentage per rij en per kolom rekent anders. Zie Absoluut of relatief, en conditioneren op rij of kolom.
Eén as vasthouden en de andere wisselen
Dit is de bruikbaarste manier om er doorheen te gaan. Zet op de ene as het kenmerk dat je als uitgangspunt neemt, bijvoorbeeld resolutie bij een camera, en wissel de andere as langs de kenmerken die je verder overweegt: geheugen, batterijduur, aantal foto's per seconde.
Je ziet dan per resolutie welke waarde van dat andere kenmerk de omzet doet, en dat verschilt per resolutie.
Hetzelfde segment op beide assen
Dat kan, en het levert een diagonaal op waar alle waarde in zit. Dat is bruikbaar als je alleen de verdeling van dat ene segment wilt zien met de kleuren erbij, maar het is hetzelfde als gewoon segmenteren.
Goed om te weten
Bij een as met veel waarden wordt de matrix breed. De kleine waarden kun je samenvoegen en de lege verbergen om het leesbaar te houden. Zie Lege rijen verbergen en kleine samenvoegen.