Twee instellingen die het lezen van een grafiek makkelijker maken als de verhoudingen groot zijn.
De logschaal
Bij de schaal kies je tussen Lineair en Log-schaal. Lineair is de gewone schaal, waarop gelijke afstanden gelijke bedragen zijn.
Op de logschaal is elke stap een factor tien: 1, 10, 100, 1000, 10.000. Daardoor passen een lijn van 500.000 en een lijn van 5.000 in hetzelfde beeld en kun je ze allebei lezen.
Wanneer je hem nodig hebt
Bij segmenteren op merk of prijsklasse verschillen de groepen vaak een factor tien of meer. Op de lineaire schaal ligt de grootste lijn bovenaan en kruipen de andere over de bodem. Op de logschaal zie je van elke lijn de vorm, en dus of een kleine groep groeit of krimpt.
Wat je erbij moet weten: op de logschaal ziet een verdubbeling er overal even groot uit, ongeacht het niveau. Voor het vergelijken van vormen is dat precies goed, voor het inschatten van bedragen niet. Ga terug naar lineair als je de grootte wilt zien.
De tabelweergave
Segmenteer je, dan komt Tabel bij de weergaven. Je krijgt dan alle datapunten als getallen: een rij per groep en een kolom per tijdvak, met een totaalregel.
De tabel heeft drie modi:
Waarden: de getallen zelf.
Aandeel %: elk getal als percentage.
Index: de getallen genormaliseerd.
De groepen die je niet hebt gekozen staan samen onder Overig, net als in de grafiek.
De cijfers overnemen
De tabel is de plek om cijfers uit een grafiek te halen, bijvoorbeeld om ze in een spreadsheet te zetten. Voor de productcijfers in plaats van de reeks per tijdvak is de export van de productentabel er. Zie De tabel exporteren.
Goed om te weten
Zonder segment is er geen tabelweergave, want dan is er één reeks en geen rijen om te verdelen. Zet dus eerst een segment aan als je de tabel zoekt.