Bij frequentie staan vijf keuzes, en twee daarvan lijken op elkaar: Maandelijks en Per kalendermaand. Het verschil zit in waar een datapunt begint.
Maandelijks en Wekelijks
Die lopen mee met vandaag. Bekijk je dezelfde grafiek een week later, dan schuiven de punten op en beginnen de reeksen ergens anders.
Per kalendermaand en Per kalenderweek
Die liggen vast. Een kalendermaand loopt van de eerste tot de laatste dag van de maand, een kalenderweek van maandag tot zondag. Bekijk je dezelfde grafiek een maand later, dan staan de eerdere punten er nog precies zo.
Per kwartaal
Vier punten per jaar, per kwartaal. Bij een korte periode blijven er dan weinig punten over: over de laatste drie maanden is dat er één.
Hoeveel punten je krijgt
De frequentie en de periode bepalen samen het aantal datapunten. Laatste 3 maanden met Maandelijks geeft een handvol punten; Laatste 2 jaar met Wekelijks geeft er meer dan honderd.
Wat dat uitmaakt
Met een kalenderfrequentie is een grafiek van vandaag te vergelijken met dezelfde grafiek van volgende maand, en met dezelfde maand een jaar eerder. Met een meelopende frequentie zie je de laatste stand het scherpst.
Goed om te weten
De keuze geldt voor alle vier de grafieken tegelijk. Bij Laatste 2 jaar met een fijne frequentie krijg je veel datapunten; met Maandelijks of Per kwartaal blijft het patroon overzichtelijk.