De prijsgrafiek heeft een eigen weergave: Spreiding. Die laat naast de mediaan zien hoe ver de prijzen uit elkaar liggen.
Wat je ziet
De mediaan: de middelste prijs. De helft van de producten is goedkoper, de helft duurder.
De spreidingsband (P25-P75): de band waarin de middelste helft van de producten valt.
Het randgebied (P10-P90): de bredere band, waarbuiten alleen de tien procent goedkoopste en de tien procent duurste producten liggen.
Wat een percentiel is
Sorteer je de producten van goedkoop naar duur, dan is het percentiel de plek in die rij. Bij honderd producten is P25 het vijfentwintigste product en P75 het vijfenzeventigste. P50 is de mediaan.
Dat is iets anders dan een gemiddelde. Eén product van duizend euro trekt een gemiddelde omhoog; de mediaan blijft staan waar het midden van de markt ligt. Bij een markt met een paar uitschieters is de mediaan daarom de eerlijker maat.
Wat de breedte je vertelt
Een smalle band betekent dat de prijzen dicht bij elkaar liggen. De markt heeft één prijspunt, en daarvan afwijken valt op.
Een brede band betekent dat er verschillende prijssegmenten naast elkaar bestaan, en dan is er ruimte om een prijs te kiezen.
Beweegt de band over tijd naar boven of naar beneden, dan verschuift het prijsniveau van de markt.
Naast de heatmap en de segmenten
De spreiding zegt hoe breed de prijzen liggen, niet waar de omzet zit. Voor dat laatste groepeer je op prijs in de tabel, of je zet prijs tegen een ander kenmerk in de heatmap. Zie De heatmap: twee segmenten tegen elkaar.
Goed om te weten
De percentielen staan ook in de prijstegel boven de grafieken, als je niet segmenteert. Segmenteer je wel, dan laat die tegel de verdeling over de segmenten zien in plaats van de percentielen. Zie De kerncijfers boven de grafieken, met seizoen en piek.