Elke trendgrafiek kun je op drie manieren weergeven: als lijn, als staaf of als index. Het is dezelfde data, maar de vraag die je kunt stellen verschilt per weergave.
Lijn
De standaard, en het beste voor het verloop van één reeks over tijd. Je ziet richting, pieken en dalen.
Staaf
Beter zodra je meerdere groepen naast elkaar zet, bijvoorbeeld na het segmenteren op merk. Bij een staafdiagram kun je bovendien op aandeel overschakelen, en dan is elke periode samen 100 procent. Zo zie je het marktaandeel over tijd in plaats van de absolute cijfers. Zie Marktaandeel over tijd bekijken.
Index
Bij een index wordt de data genormaliseerd: het maximum is 100 en de rest wordt daar relatief aan berekend. Daarmee haal je de schaal eruit.
Dat is nuttig als je reeksen van heel verschillende grootte wil vergelijken. Een klein merk en een groot merk in dezelfde grafiek: bij absolute cijfers zie je het kleine merk als een vlakke lijn onderaan, bij een index zie je of het harder groeit dan het grote merk.
Welke je wanneer kiest
Eén reeks, verloop over tijd: lijn.
Meerdere groepen, verhouding tussen groepen: staaf, eventueel op aandeel.
Meerdere groepen van verschillende grootte, groeitempo vergelijken: index.
Goed om te weten
Je kunt de weergave per grafiek los instellen. Je kunt dus omzet op aandeel zetten en de prijs op lijn laten staan, zodat elke grafiek de vraag beantwoordt waarvoor hij het meest geschikt is.