Per grafiek kies je bij Weergave hoe de data wordt getekend. Welke keuzes er zijn hangt van de grafiek af.
Bij omzet, afzet en impressies
Lijn: de waarde per tijdvak als lijn. De standaard.
Staaf: dezelfde waarde als staven. Bij segmenteren worden die gestapeld, zodat je de groepen boven elkaar ziet.
Index: de waarden genormaliseerd, waarbij het hoogste punt 100 is.
Bij de staafweergave staat een extra vinkje Aandeel (100%). Dat maakt elke staaf even hoog, en dan lees je de verdeling in plaats van de hoogte.
Bij prijs
Spreiding: de mediaan met de spreiding eromheen. De standaard. Zie Prijsspreiding en de percentielen.
Lijn
Index
Er is geen staafweergave bij prijs, want prijzen tel je niet op.
Wat de index oplost
Bij de index is het hoogste punt 100 en is elk ander punt het percentage daarvan. Staat er in december 100 en in september 77, dan was de omzet in september 77 procent van die in december.
Dat maakt twee reeksen met een verschillende grootte vergelijkbaar. Bij absolute waarden trekt de grootste lijn alle aandacht en zie je bij de kleinere niets; in de index liggen ze op dezelfde schaal.
Wat aandeel oplost
Bij Aandeel (100%) is elke staaf honderd procent en verdelen de segmenten die staaf. Dan lees je per tijdvak welk deel naar welke groep ging.
Dat is de weergave waarmee je aandeel over tijd volgt. Een merk dat in absolute cijfers groeit kan in aandeel krimpen, omdat de rest harder groeit. In de gestapelde staafweergave zie je de groei; in de aandeelweergave zie je wie er terrein wint.
Tabel
Segmenteer je, dan komt Tabel erbij: alle datapunten als getallen, per groep en per tijdvak. Zie Logschaal, en trenddata als tabel overnemen.
Goed om te weten
Aandeel en tabel zijn alleen beschikbaar in combinatie met de bijbehorende instelling: aandeel bij de staafweergave, tabel bij een segment. Zie je een keuze niet, controleer dan of het segment aan staat en welke weergave er actief is.