ROI staat voor return on investment: je winst per product tegen de kosten van dat product. Bij honderd procent kun je van elk verkocht product een nieuw exemplaar inkopen.
Waarom dit getal ertoe doet
Je begint met een startkapitaal en je wil dat het groeit. Dat gebeurt door in te kopen, te verkopen en opnieuw in te kopen. Hoe kleiner de stappen waarin dat gebeurt, hoe sneller je rondje draait.
Twee voorbeelden bij dezelfde ROI
Lavalamp | Loopband | |
Verkoopprijs op bol | 22 euro | 230 euro |
Productkosten voor ongeveer 21% ROI | tot 5,50 euro | tot 129 euro |
Beide halen dezelfde ROI. Maar bij de lavalamp komt er per verkoop een paar euro terug die je kunt herinvesteren, bij de loopband ruim honderd. Om van de loopband een nieuw exemplaar in te kopen moet je dus veel langer sparen, en in de tussentijd staat dat geld stil.
De beslisregel
Met een klein startkapitaal kies je de lagere prijsklasse, niet de hogere. Niet omdat de marge daar beter is, maar omdat je vaker kunt herinvesteren en dus sneller groeit. Met een groter startkapitaal vervalt dat argument en mag je naar de duurdere producten kijken, waar het bedrag per verkoop in euro's groter is.
Wanneer dat niet opgaat
Als de goedkope band bij jouw niche onbegaanbaar is door de advertentiekosten. Een klik kost hetzelfde bij een product van tien euro als bij een van tachtig, dus bij een lage verkoopprijs eet adverteren je marge sneller op. Zie Waarom een goedkoop product moeilijker te adverteren is.
Wat je daarna doet
De ROI hoort in de winstcalculator, samen met de rest van de kosten. Zie Wat er in de winstcalculator gaat.
Goed om te weten
De verhouding tussen de twee voorbeelden hierboven is in de bronvideo als een factor genoemd die niet uit deze getallen volgt. Reken zelf: 129 gedeeld door 5,50 is rond de 23 lavalampen per loopband.
Waar je hier meer over leert
In de kennisbank, reeks Van productidee tot verkoop, onderdeel Marktonderzoek. Daar hoort dit bij de voorbereiding, met de volledige uitleg in beeld.