Een hogere verkoopprijs betekent meer omzet per verkoop, en daarom lijkt de bovenkant van de markt aantrekkelijk. In de praktijk werkt dat maar bij een groter budget.
De vier dingen die tegen elkaar in werken
De inkoopprijs is hoger, dus je koopt minder stuks. Zie Wat een hogere verkoopprijs doet met je inkoopprijs.
De omloopsnelheid is lager: duurdere producten verkopen per maand minder stuks. Zie Hoe snel producten in elke prijsklasse verkopen.
Je herinvesteert in grotere stappen, dus je rondje duurt langer. Zie ROI: hoe snel je je voorraad kunt herinvesteren.
Bij een misser zit er meer geld vast in voorraad die niet loopt.
Wat wel meevalt
Dat je minder stuks inkoopt en er minder per maand verkoopt, houdt elkaar deels in balans: je hebt niet per definitie een langere voorraadperiode. En adverteren is bij een hogere verkoopprijs makkelijker rendabel te maken, want dezelfde klikprijs weegt relatief minder zwaar.
De beslisregel
Onder de duizend euro budget zoek je in de lagere banden. Vanaf drie tot vijfduizend euro is de middenklasse bereikbaar, en vanaf zevenduizend vijfhonderd euro ook de bovenkant. Zie Welk budget bij welke prijsklasse past.
Wanneer dat niet opgaat
Bij heel kleine, goedkope producten met een lage verkoopprijs waar de advertentiekosten of de verzendkosten relatief zwaar wegen. Dan is de goedkope band juist de moeilijke. Een product van tien euro met verzendkosten van rond de 2,44 euro geeft die kosten al een kwart van je verkoopprijs.
Wat je daarna doet
Kies je band, en houd die vast als filter in de verkenningsfase in plaats van hem per kandidaat opnieuw af te wegen.
Goed om te weten
Dit gaat over de eerste ronde. Wie al verkoopt en cashflow heeft, heeft deze afweging niet: dan gaat het om marge en niet om de snelheid van herinvesteren.
Waar je hier meer over leert
In de kennisbank, reeks Van productidee tot verkoop, onderdeel Marktonderzoek. Daar hoort dit bij de voorbereiding, met de volledige uitleg in beeld.