Reken elk productidee twee keer door: één keer met advertentiekosten en één keer zonder. Die twee uitkomsten antwoorden op verschillende vragen.
Wat de twee je vertellen
Mét advertentiekosten: wat je eerste ronde je kost. Dat is de vraag of je de lancering kunt dragen.
Zonder advertentiekosten: of het product op termijn gezond is, als je hebt afgebouwd. Dat is de vraag of dit product een basis is om op te bouwen.
Hoeveel dat scheelt
Bij het 4K-model in de reeks was het verschil beslissend:
Marge | |
bij 75 euro, mét advertentiekosten | 1% |
bij 75 euro, zonder advertentiekosten | 24% |
bij 79 euro, mét advertentiekosten | 7% |
De advertentiekosten waren rond de 700 euro voor 30 stuks. Op een omzet van rond 3.100 euro exclusief btw is dat ruim een vijfde.
Hoe je het invult
Per stuk of als totaalbedrag. Als totaalbedrag is het duidelijker: je neemt het budget dat uit de advertentiesimulatie kwam voor je testorder. Zie Uitwerking: drie wildcameramodellen doorgerekend.
De beslisregel
Op de marge zonder advertentiekosten wil je 30 tot 40% zien. Met advertentiekosten mag het in de eerste ronde rond nul liggen, zolang je dat verlies kunt dragen en de topspelers in de niche laten zien dat afbouwen mogelijk is.
Kom je zonder advertentiekosten al niet aan 30%, dan is het product niet gezond, ook niet op termijn.
Wanneer je met advertentiekosten strenger moet zijn
Als de topspelers in de niche blijven adverteren. Dan zijn de advertentiekosten geen lanceerinvestering maar een vaste post, en dan is de uitkomst mét kosten de enige die telt. Zie Adverteren de topspelers nog.
Goed om te weten
De praktijk in de markt is dat verkopers hun marge zonder advertentiekosten rekenen. Dat maakt onderlinge vergelijking makkelijker maar het maakt de eerste ronde optimistischer dan hij is. Doe beide en weet welke van de twee je bekijkt.
Waar je hier meer over leert
In de kennisbank, reeks Van productidee tot verkoop, onderdeel Marktonderzoek. Daar hoort dit bij de winstberekening, met de volledige uitleg in beeld.