Je budget gedeeld door de inkoopprijs is het aantal stuks. Dat aantal, en niet de verkoopprijs, bepaalt of een prijsklasse voor jou begaanbaar is.
Wat duizend euro koopt
Verkoopprijs | Stuks bij ongeveer 1.000 euro |
10 tot 20 euro | rond de 300 |
90 euro en meer | rond de 20 |
Daartussen loopt het geleidelijk af. Bij een groter budget schuift alles mee: met 3.000 euro kun je in elke band iets doen, en met 7.500 euro overal een fatsoenlijke order plaatsen.
Waarom twintig stuks niet werkt
Omdat vrijwel geen leverancier daaraan begint. De minimale bestelhoeveelheid ligt in de praktijk tussen de vijftig en driehonderd stuks, en eerder richting driehonderd dan richting vijftig. Zie Wat een leverancier minimaal wil dat je bestelt.
De beslisregel
Zet je ondergrens op vijftig stuks. Kom je in een prijsband onder die vijftig, dan valt die band af voor dit budget. Met duizend euro als budget en vijftig stuks als ondergrens haak je zo af bij producten boven de zestig euro.
Wanneer dat niet opgaat
Als je bereid bent om met een kleinere partij te werken tegen een hogere prijs per stuk. Dat kan, sommige leveranciers doen het, maar je marge is dan meteen krap en je testresultaat wordt lastiger te lezen: bij twintig stuks zeggen de verkoopcijfers weinig.
Wat je daarna doet
Leg het aantal naast je voorraadbehoefte. Kun je met dat aantal drie tot vier maanden vooruit, dan klopt het scenario. Zie Hoeveel voorraad je in de eerste ronde aanhoudt.
Goed om te weten
Dit rekent met de inkoopprijs alleen. Transactiekosten, transport en verpakking komen er nog bij en drukken het aantal verder. Zie De productkosten op een rij.
Waar je hier meer over leert
In de kennisbank, reeks Van productidee tot verkoop, onderdeel Marktonderzoek. Daar hoort dit bij de voorbereiding, met de volledige uitleg in beeld.